Tips en tricks voor een succesvolle VoIP implementatie

Uit Help
Ga naar:navigatie, zoeken

Introductie

Voordat je een VoIP omgeving gaat inrichten is het belangrijk te weten dat de meeste problemen kunnen worden voorkomen door onderstaande richtlijnen in acht te nemen. In de praktijk blijken bijna alle storingen te ontstaan door verkeerde instellingen van infrastructuur en/of hardware. De onderstaande punten gelden als algemene leidraad en moeten in alle situaties in acht worden genomen ongeacht de gebruikte hardware.

Implementatie

Algemeen

  • Voorkom te allen tijden NAT achter NAT.
  • SIP functies (bijvoorbeeld SIP application Layer Gateway) in de router altijd uitzetten.
  • Gebruik geen STUN, TURN, UPnP of ICE.
  • Keep-a-live aanzetten (10 seconden is een goede waarde)
  • Portforwarding is niet nodig en wordt afgeraden.
  • Gebruik bij voorkeur een extra PVC (xDSL) of VLAN (glasvezel) om geen hinder te ondervinden van het overig dataverkeer. Bij voorkeur zonder overboeking (1 op 1).
  • Dimensioneer de datalijn op basis van 0.1 Mbit per gesprek (up en down) bij gebruik van G.711 A-law (PCMA)
  • Zorg ervoor dat de MTU in de modem/router goed staat ingesteld voor de gebruikte datalijn.
  • Maak gebruik van een gescheiden netwerk voor voice en data (vlan)
  • Pas Quality of Service (QoS) toe in switches en routers voor bandbreedtegarantie en prioritering van voice-verkeer.
  • Gebruik voor de registratie altijd een hostname. IP adressen kunnen wijzigen.
  • Het proxy domein ondersteunt SRV records.
  • SIP/UDP heeft de voorkeur boven SIP/TCP
  • Gebruik bij voorkeur G.711 A-law (PCMA). Dit geeft de beste geluidskwaliteit. Waar bandbreedte een probleem vormt kan eventueel G729a worden overwogen.
  • DTMF ondersteuning is op basis van RFC2833

Hosted telefonie

  • Gebruik bij voorkeur de G.711 A-law codec met een packetsize van 20 millisconden
  • Maak gebruik van unieke local listen port voor elk SIP device (5061, 5062 etc.)
  • Een goede NAT router is belangrijk bij hosted VoIP telefonie. Goede voorbeelden: Cisco 800/1800, Mikrotik (RouterBoard)

Eigen IP PBX

  • Plaats de IP PBX bij voorkeur niet achter NAT. Indien het wenselijk is om de PBX wel achter NAT te plaatsen, gebruik dan 1:1 NAT met een ongebruikt publiek IP adres.
  • Voorkom dynamische NAT. Dit levert vaak problemen op.
  • Voorzie de IP PBX van een firewall welke alleen verkeer toestaat van en naar een beperkte IP range (link IP ranges)
  • Laat de IP centrale authenticeren / matchen op basis van account_id en niet op basis van hostname. Inkomend verkeer kan van meerdere hosts komen en daardoor worden geweigerd.
  • Een statische trunk werkt betrouwbaarder dan een dynamische trunk met registratie.
  • DID/DDI staat standaard ingesteld op het volledige nummer (inclusief landcode met een + ervoor). Dit is eventueel aan te passen in de beheeromgeving.
  • CallerID naar buiten heeft het zelfde formaat. (+31501234567)

Fax

  • Aanbevolen packetsize voor G.711 A-law bij faxen is 10 milliseconden.
  • Gebruik voor fax altijd T.38. Dit wordt ondersteund op elk account
  • Echo cancellation moet uitstaan
;